1) vs. 1; bid u
Of, vermaan.
 
2) goedertierenheid van
Gr. billijkheid, bescheidenheid.
 
3) tegenwoordig zijnde
Gr. naar het aangezicht; dat is, tegenwoordig, of naar het uiterlijk gelaat.
 
4) gering ben onder u
Of, nederig. Deze woorden verhaalt Paulus, als uit den mond van enige valse apostelen, die de ernstige vermaningen des apostels in den voorgaanden brief gesteld, op zulke wijze zochten krachteloos te maken.
 
5) vs. 2; niet stout moge zijn
Dat is, niet gedwongen worden door de ongehoorzaamheid van dezen, om tegenwoordig zijnde, zulke vrijmoedigheid in het straffen metterdaad te gebruiken
 
6) stoutelijk gehandeld
Namelijk in het schrijven en dreigen, wanneer ik niet tegenwoordig ben.
 
7) naar het vlees
Dat is, vleselijke of menselijke wijzen van doen gebruiken, om ons bij de mensen aanzien te maken.
 
8) vs. 3; wandelende in het vlees
Dat is, in dit leven, gelijk een zwak en gering mens. Zie Hebr. 5:7.
 
9) voeren wij den krijg
Alzo noemt hij zijn handel en wandel onder de mensen in het verbreiden van het heilige Evangelie. Zie 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 4:7.
 
10) naar het vlees
Dat is, naar de wijze van vleselijke of bedriegelijke mensen. Zie 2 Cor. 1:17; want alzo pleegt de apostel dit woord naar den vlese op verscheidene plaatsen te gebruiken.
 
11) vs. 4; de wapenen van onze
Dat is, de middelen, die wij gebruiken om door het Evangelie van Christus de mensen te bekeren, en onder het rijk en de gehoorzaamheid van Christus te brengen.
 
12) vleselijk
Dat is, zulke als de natuurlijke mensen plegen te gebruiken, om anderen òf met welsprekendheid, òf met bedriegerij, òf met geweld onder zich te brengen.
 
13) krachtig door God
Gr. Gode krachtig; dat is, door de kracht, die God daar bijvoegt, zo in het doen van wondertekenen, Markus 16:20, als in het bewegen en overtuigen van de harten door Zijnen Geest, Hand. 16:14, en ook mede in het straffen van degenen, die zulks zochten te wederstaan. Zie een voorbeeld in Bar-Jesus, Hand. 13:8.
 
14) der sterkten
Alzo noemt de apostel al wat de Satan en de wereld, hetzij met vervolgingen, hetzij met wereldse wijsheid en welsprekendheid, voorwerpt om den loop des Evangelies te stuiten, gelijk de twee navolgende verzen verklaren. Zie ook Jer. 1:10, 18, 19.
 
15) vs. 5; de overleggingen ter
Namelijk die de natuurlijke rede des mensen voortbrengt, om het Evangelie zijn aanzien te benemen.
 
16) nederwerpen, en alle
Dat is, Christus en Zijn woord onderwerpen. Want de rede des mensen moet geen richter zijn over het Evangelie, maar zich daaronder buigen en gevangen geven; gelijk de volgende woorden ook verklaren.
 
17) hoogte, die zich
Namelijk van aanzienlijke wijsheid of kloekheid.
 
18) Christus
Dat is, des Evangelies van Christus, hetwelk dengenen, die verloren gaan, wel dwaasheid is, maar dengenen, die behouden worden, is het de macht Gods, 1 Kor. 1:18.
 
19) vs. 6; te wreken alle
Dit spreekt de apostel niet van enige uitwendige of wereldse wraak. Want die heeft Christus Zijnen apostelen verboden, Matt. 20:25, en Matt. 26:52;maar van de verkondiging der wraak Gods over de hardnekkigen en van het oefenen des kerkelijken bans tegen degenen, die zich voor leden der gemeente uitgevende, nochtans onchristelijk leren of leven.
 
20) vervuld zijn
Dat is, volbracht, of ten volle bewezen zijn. En dit zegt de apostel tot verzachting van het voorgaande dreigement, om hen tot voorkomen van deze straf, door verbetering van zulke ergernissen, te bewegen; overmits daar ook behoorlijke tijd en middel tot bekering aan zulken moet gegeven worden eer de uiterste straf mag worden gebruikt.
 
21) vs. 7; voor ogen is
Gr. de dingen, die naar het aangezicht zijn; dat is, hetgeen een uitwendigen schijn heeft voor de mensen; of waar iemand uiterlijk van wil roemen.
 
22) vs. 8; van onze macht
Namelijk die wij als apostelen van Christus meer dan andere discipelen van Christus ontvangen hebben.
 
23) stichting
Dat is, om die alzo te gebruiken, dat de zondaar daardoor tot bekering en niet tot wanhoop gebracht worde.
 
24) vs. 9; door de brieven
Dat is, door de zwaarwichtigheid en aanzienlijkheid der brieven alleen wilde verschrikt maken. En alzo beantwoordt de apostel een andere lastering van enige valse apostelen, gelijk van hem hierna breder wordt verklaard.
 
25) vs. 10; (zeggen zij) zijn wel
Namelijk de valse apostelen. Anderen lezen (zegt hij) alsof hij van een bijzondere onder dezelve sprak.
 
26) en de rede is
Dat is, zijne redenen en woorden hebben niets aanzienlijks, of uitmuntende, als hij tegenwoordig is.
 
27) vs. 11; inderdaad als wij
Dat is, in het uitvoeren van hetgeen wij door de brieven dreigen.
 
28) vs. 12; rekenen of vergelijken
Of, vervoegen; dat is, onder zulken niet rekenen of oordelen te zijn.
 
29) verstaan niet
Of, zijn niet wijs.
 
30) met zichzelven meten
Gr. in zichzelven; dat is, naar hun eigen goeddunken of behagen willen geacht hebben.
 
31) met zichzelven vergelijken
Namelijk zonder op andere te zien, dien de Heere meer gaven en macht heeft medegedeeld, gelijk er waren de apostelen van Christus.
 
32) vs. 13; buiten de maat
Gr. tot, of in dingen die zonder maat zijn; dat is, buiten de maat, die ons God heeft toegedeeld, gelijk als deze anderen doen.
 
33) welke maat ons
Of, welke God ons tot ene maat toegedeeld heeft; dat is, die ons God voorgeschreven, en waar Hij onzen dienst mede bepaald heeft; een gelijkenis, genomen van degenen, die elk zijne erve uitdeelt om daar te bouwen, of zijn akker om daarop te zaaien, of wijnberg om daarop te planten.
 
34) ook tot u toe
Namelijk in het verbreiden des heiligen Evangelies, en voortplanten der gemeente van Christus.
 
35) als die tot u
Dat is, alsof wij tot u niet moesten komen. Gr. als tot u niet komende.
 
36) vs. 15; buiten de maat
Namelijk ons van Christus voorgeschreven, of bepaald.
 
37) in anderen lieden
Dat is, waar het Evangelie van Christus alrede door anderen is verbreid.
 
38) gewassen zijn
Dat is, toegenomen hebben of versterkt zijn.
 
39) vergroot worden
Of, uitgebreid, namelijk in de voorgeschreven grenzen onzer prediking. Anderen voegen deze woorden alzo bijeen: Wanneer uw geloof zal gewassen, of gesterkt zijn onder ulieden, dat wij overvloedig zullen vergroot worden, dat is uitgebreid worden.
 
40) naar onzen regel
Dat is, in de uitbreiding van ons voorgeschreven perk alzo dat het woord regel hier genomen wordt voor het perk, of de afgepaalde maat van landen en steden, waar ieder apostel zijn arbeid moest besteden; en dit komt wel overeen met vs. 16. Want dit is het wat de apostel hier verklaart, dat hunne zwakheden en gebreken nog een hinderpaal waren, dat hij in de landen boven hen gelegen nog niet kon reizen om daar het Evangelie te planten, maar wanneer zij die gebreken zouden gebeterd hebben en in het geloof behoorlijk versterkt zijn, dat hij dan vrijmoedig en zonder achterdenken tot anderen zou mogen voortgaan.
 
41) vs. 16; in eens anderen regel
Dat is, waar een ander alrede de grenzen van zijn beroep had en predikte. Zie Rom. 15:20.
 
42) vs. 17; in den Heere
Dat is, schrijf den Heere al den lof van zijnen arbeid toe, alzo de kracht om zelf te arbeiden, en de vruchten daarvan, alleen van zijnen zegen voortkomen. Zie 1 Kor. 3:5, en 1 Kor. 15:10.
 
43) vs. 18; beproefd
Dat is, na beproeving trouw en oprecht gekend, gekeurd en bevonden.