1)Hammaäloth.
Dat is, der opstijging, of der trappen. Waarvan deze psalm en veertien navolgende dezen naam hebben, daar van is verscheiden gevoelen. Sommigen menen dat zij alzo genoemd werden omdat zij gezongen werden door de Levieten, staande op zekere trappen. Anderen anders.
 
2)Hij heeft mij verhoord.
Dat is, Hij heeft mij verlost.
 
3)mijne ziel
Dat is, mij, of verlos mijne ziel; dat is, mijn leven, te weten, dat het mij niet benomen worde.
 
4)Wat zal U
Hij keert zich tot de leugensprekers, en hij spreekt elk hunner hoofd voor hoofd aan, hun verwijtende hunne boosheid. Anders: wat zal Hij u geven, o bedriegelijke tong? Hij te weten, God.
 
5)Scherpe pijlen
Dat is, pijlen die van een sterk man geschoten worden. Der kwade tongen kwade en lasterlijke woorden worden ook pijlen genoemd, Ps. 64:4, en Spreuk. 25:18.
 
6)gloeiende
Die namelijk haast aan brand komen, zeer hittigen brand geven en de hitte lang behouden.
 
7)jeneverkolen.
Zie 1 Kon. 19:4.
 
8)in Mesech,
Dat is, onder een onheilig en goddeloos volk, gelijk de nakomelingen van Mesech en Kedar waren. Zie Gen. 10:2, en Gen. 25:13.
 
9)Kedars woon.
Kedar is geweest de zoon van IsmaŽl, Gen. 25:13, wiens kinderen in het steenachtig ArabiŽ woonden en zich in tenten onthielden; Jes. 21:13,17.
 
10)Mijne ziel heeft
Anders: mijne ziel, [dat is, ik] heeft voor hen lang gewoond; en, voor hen, of voor zich; dat is, naar hun dunken, gelijk Ps. 123:4.
 
11)bij degenen,
Met deze woorden geeft die van Mesech en Kedar verstaat.
 
12)Ik ben vreedzaam;
Hebr. Ik ben vrede. Zie de gelijke manier van spreken Ps. 109:4, en zie de aantekening aldaar, alsook op 2 Sam. 17:3.
 
13)als ik spreek,
Dat is, als ik spreek of vermaan van vrede, zo vallen zij straks aan het oorlogen. Of, zij mogen mij niet horen spreken.