1)geweldig
Zie boven Gen. 6:4.
 
2)jager
Hebr. geweldig in jacht, namelijk, niet alleen der beesten, maar ook der mensen, met wie hij handelde gelijk de jagers met het wild, dat zij doden of bedwingen naar hun lust. Zie deze manier van spreken Jer. 16:16; Klaagl. 3:52.
 
3)voor het
Dat is, openlijk en stoutelijk, zonder vrees voor God en schaamte voor de mensen; verg. hoofdstuk Gen. 6:11.
 
4)beginsel
Nimrod wordt gehouden voor de stichter van de eerste monarchie, en hij heeft het eerst deze vier steden gebouwd; gelijk Kaïn de eerste stad bouwde, vóór den zondvloed.
 
5)Sinear.
Hebr. Schinhar, het land van Mesopotamië en Chaldea, aldus genaamd naar een gebergte daaraan gelegen, zie omtrent dit Sinear ook onder, Gen. 11:2, en Gen. 14:1, en Joz. 7:21.
 
6)Uit ditzelve land
Anders, uit dit land is hij, namel. Nimrod, uitgegaan naar Assyrië.
 
7)Ninevé,
De hoofdstad van Assyrië, Jona 1:2.
 
8)Rehoboth,
Anders, Rechoboth de stad, of, de straten der stad, te weten van Ninevé.
 
9)die grote stad.
Te weten Ninevé. Zie Jona 3:3, Jona 4:11.
 
10)Ludim,
De stamvader van het volk van Lydië in Mauritanië. Zie van dezen Jes. 66:19.
 
11)Anamim,
Men houdt hem voor den stamvader der Cyreneërs.
 
12)Lehabim,
De vader der Lybiërs in Afrika.
 
13)Naphtuhim.
Van wien men acht afkomstig te zijn de Moren van Numidië.
 
14)Pathrusim,
Die omtrent de stad Pathros in Egypte gewoond hebben. Zie van dezen Jes. 11:11.
 
15)Kasluhim,
De inwoners van Cassiotis.
 
16)van waar
Als ook van Caphthorim. Zie Deut. 2:23; Jer. 47:4; Amos 9:7. Het schijnt dat deze twee broeders uit hun woonplaats tezamen zijn opgetogen, en het land Palestina hebben ingenomen, waarom zij Filistijnen genaamd zijn.
 
17)Filistijnen
Dat is, inwoners van Palestina.
 
18)uitgekomen
Anders, afgekomen.
 
19)Kaphtorim.
Afkomstig uit Caphtor; zie daarvan Deut. 2:23.
 
20)Sidon,
Hebr. Tsidon, stichter der stad Tsidon, of Sidon in Phenicië; zie daarvan Joz. 11:8, Joz. 19:28; Richt. 1:31, enz.
 
21)Heth,
De vader der Hethieten, zie van dezen Joz. 1:4, Joz. 9:1, enz.
 
22)En den
Dit zijn niet alleen eigennamen van personen, maar ook van ganse volken, die uit dezen gesproten zijn; en worden daarom ook overgezet, de Jebusieter, de Amorieter, enz.
 
23)Jebusi,
Van de nakomelingen van dezen zie men Joz. 15:8, Joz. 18:28; Richt. 1:21.
 
24)Emori,
Van de Emorieten, zie men Deut. 2:24.
 
25)Gigarsi.
Zie Matth. 8:28.
 
26)Hivvi,
Zie Richt. 3:3.
 
27)Sini,
Van dezen wordt gesproken Jes. 49:12.
 
28)Arvadi,
Zie Ezech. 27:8,11.
 
29)Zemari,
Zie Joz. 18:22, en 2 Kron. 13:4.
 
30)Hamathi:
Zie Amos 6:2,14; Zach. 9:2; van enigen dezer tezamen, zie men Gen. 15:19,20,21.
 
31)Kanaänieten
Versta door dezen de Kanaänieten in het algemeen, vooral de nakomelingen of volken van Kanaän.
 
32)landpale
De grenzen van het land Kanaän worden hier afgetekend; welke waren in de lengte aan de westzijde Sidon noordwaarts, en Gaza zuidwaarts; aan de oostzijde, Laza noordwaarts, en Sodom zuidwaarts; zijnde aldus de breedte aan de noordzijde Sidon en Laza; aan het zuideinde Gaza en Sodom.
 
33)Gaza toe,
Hebr. Azza.
 
34)Sodom
Hebr. Sedom. Zie van deze stad en de drie volgende, onder Gen. 13:10, Gen. 14:2.
 
35)Gomorra,
Hebr. Amora.
 
36)Adama,
Hebr. Adma.
 
37)Zeboïm,
Hebr. Tseboïm.
 
38)Lasa toe.
Hebr. Laschah.
 
39)zijn Sem
Hebr. is geboren, gelijk vs. 25.
 
40)zonen
Dezen hebben meest hun woonplaatsen verkozen, oostwaarts in groot Azië, waarin Syrië, Assyrië, Mesopotamië, Chaldea, enz. gelegen zijn.
 
41)vader
Dat is, niet alleen de stamvader naar het vlees, ten aanzien van de eerstgeboorte; maar ook een voorganger naar den geest, ten aanzien van de wedergeboorte.
 
42)aller zonen
Dat is, der Hebreën, [die daarom ook Heber genaamd worden, Num. 24:24] bij wie de kerk Gods met de ware leer en den waren godsdienst langen tijd gebleven is. Anders, kinderen van de overvaart, van de rivier Eurfraat, die Abraham overgevaren is, Joz. 24:3. Zie voorts van Sem, boven Gen. 6:10.
 
43)Jafeth
Deze wordt bijzonder genoemd, omdat hij mede deel had in de zegeningen over Sem, door God uitgesproken, waarvan Cham uitgesloten was, boven Gen. 9:25,26,27.
 
44)den grootste
Dat is, de oudste.
 
45)Sems zonen
Omtrent de woonplaats zijner nakomelingen zie men op het voorgaande vs.
 
46)Elam,
Van hem zijn afkomstig de Elamieten, dat is, de Perzen; zie van dezen onder Gen. 14:1,9; Jes. 21:2; Jer. 49:34, enz. Dan. 8:2; Hand. 2:9.
 
47)Assur,
De stamvader der Assyriërs, een volk genoeg bekend in de Heilige Schrift. Verg. boven vs. 11.
 
48)Arphachsad,
Van dezen meent men dat de Chaldeërs voortkomen, genoemd Casdim of Chasdim.
 
49)Lud,
Van wie afkomstig zijn die van Lydië in Klein-Azië.
 
50)Aram.
De stamvader der Syriërs; zie van een anderen Aram, onder Gen. 22:21, van welke beiden men meent, dat het land Syrië en de Syriërs hun naam hebben.
 
51)Uz,
Hebr. Uts. Men houdt het er voor dat deze de stamvader is van de bewoners van het land Trachonitis; volgens het gevoelen van anderen, van enigen die omtrent Idumea woonden. Zie van Utz (Uz), Job 1:1; Klaagl. 4:21.
 
52)Hul,
Van dezen meent men, dat zij het land der Palmyrenen in Syrië bewoond hebben, of Armenië.
 
53)Gether
Van dezen waren de Bactriërs, of die Apamene in Syrië bewoonden.
 
54)Mas.
Anders, Mesech, 1 Kron. 1:17, die bewoond heeft [zoals men meent] het opperdeel van Syrië tussen Cilicië en Mesopotamië, aan een gedeelte van den berg Aman genaamd Masius; anderen plaatsen hen in Mysië.
 
55)Arphachsad
Verg. onder Gen. 11:13,15.
 
56)want in zijn dagen
Dat is, omtrent den tijd zijner geboorte zijn de bewoners der aarde van elkander gescheiden door de verdelingen der spraken hetwelk in het volgende hoofdstuk verhaald wordt.
 
57)Joktan
Van de nakomelingen van dezen kan men niet veel bericht in de Heilige Schrift, noch bij andere schrijvers vinden.
 
58)Scheba,
Deze is te onderscheiden van een anderen Scheba, den zoon van Cus, den zoon Chams. Zie boven vs. 7.
 
59)Ophir,
Zie 1 Kon. 9:28, 1 Kon. 22:49; Ps. 45:10; Jes. 13:12.
 
60)Havila,
Deze is te onderscheiden van een Havila, afkomstig van Cus, den zoon Chams; zie van dezen boven vs. 7. Sommigen menen dat het land der Ismaëlieten en Amalekieten naar hen aldus genoemd is, Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7.
 
61)het oosten.
Dat is, van Chaldea. Zie Num. 23:7.
 
62)geboorten,
Zie boven Gen. 5:1.