1)psalm
Zie Ps. 48:1.
 
2)Zijn
Te weten, des tempels, die gebouwd was op de berg Moria, waar de berg Zion aan lag, 2 Kron. 3:1. Enigen verstaan door het woord [zijn] dezen psalm, wiens grond of doel is te spreken van de kerk van Christus, die in den hemel samenkwam om den Heere te loven.
 
3)Jakob.
Dat is, de IsraŽlieten.
 
4)van u gesproken,
Dat is, u aangaande. Anders, in u. Zie Jes. 40,41,42. Zie ook Job 27:11.
 
5)o stad Gods.
Dat is Jeruzalem, welke stad God zich toegeheiligd heeft om aldaar zijn dienst op te richten en gelijk als zijnen woning aldaar te nemen. Wat voor heerlijke dingen van deze stad gesproken worden, zie Jes. 54: Jes. 60: Jes. 62: Jes. 65: Openb. 21: Openb. 22: en hier het volgende vers Ps. 87:4, waar God zelf van de kerk spreekt.
 
6)Sela.
Zie Ps. 3:3.
 
7)Rahab
Dat is, Egypte. Alzo wordt Egypte ook genoemd Ps. 89:11; Jes. 30:7, en Jes. 51:9. De zin der woorden van dit vers is dat de tijd zal komen, wanneer God de Egyptenaars en BabyloniŽrs zal rekenen onder zijn volk, hun meedelende zijn kennis, waar zij tevoren vreemd van waren en het volk Gods verdrukten. Zie Jes. 19:19,21,25. Egypte wordt Rahab genoemd vanwege zijne hoorvaardij [hetwelk het woord betekent], of van de ene of de andere sterke stad daarin gelegen. Onder de namen dier natiŽn, die in dit vers genoemd staan, moet men allerlei volken verstaan. Zie Hand. 2:9,10; Ef. 2:12; Col. 3:11.
 
8)vermelden
Te weten, ten beste, dat is, zij zullen door de prediking des heiligen Evangelies ook tot de kennis van den waren God te hunner tijd gebracht worden.
 
9)de Filistijn
Hebr. Filistea, Tyrus. Van de bekering der TyriŽrs, zie Ps. 45:13.
 
10)de TyriŽr,
Hebr. Filistea, Tyrus. Van de bekering der TyriŽrs, zie Ps. 45:13.
 
11)den Moor,
Hebr. Chus. Van de bekering der Moren tot Christus, zie Ps. 68:32, en Ps. 72:10; Hand. 8:27.
 
12)deze is
Alsof hij zeide: De tijd zzal komen dat men van de Filistijnen, TyriŽrs en Moren zal zeggen, dat zij te Jeruzalem [welke is ons aller moeder; Gal. 4:26] dat is, in de Christelijke kerk geboren zijn; dat is dat zij tot Gods kerk en het hemelse Jeruzalem behoren.
 
13)van Zion
Dat is van de stad Jeruzalem, die aan den berg Zion ligt; dat is van de Christelijke gemeente.
 
14)Die en die is
Hebr. man en man; dat is die en die, te weten, vele en verscheidene natiŽn en volken. Zie Hand. 2:9,10,11.
 
15)daarin
Te weten, in de stad Jeruzalem.
 
16)geboren;
Geboren, te weten, door de predikatie van het heilige Evangelie en den Heilige Geest.
 
17)de Allerhoogste
Dat is, de Allerhoogste zelf zal hen zo vast maken, dat de poorten der hel tegen hen niet zullen vermogen, Matth. 16:18.
 
18)zal hen rekenen
Te weten, die, die zich tot de Christelijke kerk begeven zullen.
 
19)in het opschrijven
Een manier van spreken bij gelijkenis genomen van de overheden, die boek of register houden van de ingezetenen hunner steden, om de uitheemsen van de ingeborenen te onderscheiden, zie Ps. 22:31.
 
20)aldaar
Te weten, te Jeruzalem, of in Zion; dat is, hij is den Heere toebehorende, zie Ps. 87:4.
 
21)En de zangers,
Anders: daarom zingen en springen al mijne fonteinen; de zin is: met grote vreugde zal God geloofd worden in zijne gemeente, die zowel uit de heidenen als uit de Joden zal vergaderd worden; ene manier van spreken, genomen van het gebruik der kerk des Ouden Testaments, alwaar God met muziekinstrumenten placht geloofd te worden, 1 Kron. 9:33, en 1 Kron. 25:1,2.
 
22)al mijne
Dat is, al mijn hartgrondige genegendheden en binnenste gedachten des harten, die als fonteinen of springaders zijn, waaruit alle woorden en werken vloeien; zie Ps. 103:1. Men kan ook door de fonteinen hier verstaan de giften en menigerlei gaven des Heilige Geestes.
 
23)zullen
Of, van u zijn; te weten, o Zion. Hier wordt voorzegd de blijdschap, die er in de wereld wezen zou vanwege de bekering der heidenen tot Christus.